Geduld met God


Tomas Halik pleit voor meer sympathie voor ‘Zacheüssen’ in de kerk: twijfelaars, randkerkelijken, soloreligieuzen. Ze beschermen de kerkmenschen tegen zelfgenoegzaamheid en dogmatisme.

De Tsjechische theoloog Tomas Halik houdt met zijn boek Geduld met God een pleidooi voor meer ‘Zacheussen’ in de kerk. Deze ‘Zacheussen’ zijn, net als hun Bijbelse naamgever, mensen die aan de marge van de geïnstitutionaliseerde kerken in Europa en Noord-Amerika zijn. Ze zijn niet per se antikerkelijk of atheïstisch, maar ze kijken graag de kat uit de Bijbelse boom. Volgens Halik kunnen deze ‘marginalen’ op een hele bijzondere wijze ‘iets’ bijdragen aan de kerk: ze hebben het vermogen om te twijfelen en hun geloof tussen haakjes te zetten. Op deze manier voorkomen deze ‘seculieren’ zoals Halik ze noemt dat kerkmenschen zelfgenoegzaam worden in hun zelfgesneden, dogmatische Godsbeelden.

Auteur. Tomas Halik (1984) is een Tsjechische theoloog en filosoof die tijdens het Communistische bewind in het geheim tot priester werd gewijd. Hij had enige invloed op oud-president Havel. Op dit moment is hij hoogleraar Filosofie en Sociologie aan de Karelsuniversiteit van Praag. In 2014 ontving hij de prestigieuze Templeton Prize, ook wel de ‘Nobelprijs va de religie’ genoemd. Bovendien bekroonde de European Society for Catholic Theology dit boek in 2011 tot het beste theologische boek van het jaar. Met nadere woorden: Halik is geen groentje in het vak.

Stijl. De stijl van Haliks Geduld met God lijkt op een combinatie tussen Antoine Bodar (maar dan zonder hinderlijk cultuurpessimisme) en Henry Nouwen. Vooral Nouwens bekende boek De verloren zoon lijkt in vele opzichten op dat van Halik: anekdotisch, narratief en opgehangen aan één groot Bijbels verhaal. Halik neemt weliswaar het verhaal van Zacheus als lijdraad, maar hij stipt even gemakkelijk andere onderwerpen aan, van het failliet van het communisme en de opkomst van de Islam tot het seksueel misbruik in de rooms-katholieke kerk en de godsdienstkritiek van Nietzsche. Ook lardeert Halik zijn bespiegelingen met veelvuldige verwijzingen naar radio-interviews, persoonlijke gesprekken en andere belevenissen. Zowel de uitwijdingen als de anekdotes leidden mij soms nogal flink af van het verhaal. Het is een trait waarvan je moet houden.

Karakteristieke zin. Wim Dekker schrijft in zijn voorwoord op de Nederlandse vertaling dat hij zinnen bleef aanstrepen tijdens het lezen. Ik stond wat sceptisch: het klonk als een goedkope verkooptruc. Maar het is waar: Halik schrijft heerlijke zinnen. Een voorbeeld in volle lengte, want Halik maakt soms Duitse langzinnen:

Maria Magdalena wordt vandaag omringd door pseudohistorische paparazzi die commerciële kitsch van het type Da Vinci Code schrijven om haar in een alchemistische smeltkroes van apocriefe fragmenten, legendes en esoterische bronnen, en vooral een ongebreidelde fantasie, te transformeren tot een superster van een eigenaardig geremythologiseerd evangelie.

Daar zit, zeker voor de Magdalena-kenners, waaronder uw nederige dienaar, geen woord Chinees bij. Bovendien heeft Halik tot op grote hoogte gelijk met zijn tirade. Maar tegelijkertijd ligt hier een impliciete grens van Haliks theologische sympathie voor de Zacheussen van onze tijd, die toch immers in grote getale zich aan deze nieuwe Magdalenamythe laven. Kennelijk is de ruimte voor een seculiere Zacheus uiteindelijk toch begrensd, ook voor Halik.

Geschreven voor. In eerste instantie lijkt Halik voor zijn eigen houtje te schrijven, voor belijdende rooms-katholieken. Maar dan doe je hem toch te kort. Elke christen die van tijd tot tijd zich bedroefd voelt om de schijnbare teloorgang van het geloof in het Westen, kan zich door Haliks pleidooi aangesproken voelen. Omarm de seculier in jezelf, durf af te dalen in de nacht van het ongeloof, en kom er nog sterker uit tevoorschijn. Tegelijkertijd is Haliks boek ook geschikt voor een aantal Zacheussen, die op het randje van de kerk staan of er zelfs al lang afscheid van genomen hebben. Haliks katholicisme is er een van de 21e eeuw: zelfverzekerd, open en niet om een kwinkslag verlegen.

Eye opener. Geduld met God leverde voor mij een persoonlijke eye opener op. Sympathie voor de heilig kerklerares Theresia van Lisieux – aka de Kleine Trees – komt voor mij niet vanzelfsprekend. Halik gebruik haar geloofstwijfel op het einde van haar korte en pijnlijke leven als een canonieke bron voor zijn Zacheusmodel. Als zelfs een heilige, een kerkleraar nota bene, deze godsverlatenheid kent, dan hoeft de gemiddelde gelovige zich ook hiervoor niet te schamen. Geloven als je ervaart dat God naast je staat, is geen prestatie. Geloven in God terwijl Hij zijn uiterste best lijkt te doen zichzelf voor jou onzichtbaar te maken, pas dan spreek je werkelijk over geloven.

Leesergernis. Uiteindelijk vond ik Haliks boek wel interessant, maar tegelijkertijd kon ik een zekere teleurstelling niet onderdrukken. Haliks visie op secularisme, geloofstwijfel en soloreligieuzen-op-de-kerkdrempel is verrassend en zijn Zacheusmetafoor is fris en uitdagend. Maar Halik werkt zelden zijn gedachten consequent uit. Hij noemt een hele rits theologen – Augustinus, Thomas Aquino, Hans Urs van Balthasar, en vele andere  – maar het is vaak niet duidelijk welke ideeën Halik van deze denkers oppakt, noch verhoudt Halik zich op een kritische wijze tot hen. Ook zijn al eerder genoemde anekdotische stijl komt vaak chaotisch over en stoort de lijn van het grotere verhaal.

Tomas Halik, Geduld met God. Twijfel als brug tussen geloven en niet-geloven, Boekencentrum/Pelckmans (2014), 9789023927662

Bron: Katholiek.nl; ook geplaatst op Theoblogie.nl.