Interviews & quotes

Achter de klankenwaanzin


Volzin interviewde mij in de rubriek ‘dichterbij’ over Hugo Balls meest beroemde klankgedicht ‘gadji beri bimba’. ‘Dit is geen gedicht om stil te lezen, maar om te horen. Ik heb dat zelf ook moeten leren. Als je het hardop leest, kom je in een bepaalde cadans en dan ga je er wat van begrijpen.’ (…) ‘De klankgedichten waren bedoeld om de taal te ontledigen, de conventionele taal met zijn syntaxis en grammatica als machtsmiddel van de sterken om de zwakkeren te onderdrukken. De dadaïsten  wilden die taal bekritiseren en vernietigen.’

‘Dit is geen gedicht om stil te lezen, maar om te horen. Ik heb dat zelf ook moeten leren. Als je het hardop leest, kom je in een bepaalde cadans en dan ga je er wat van begrijpen. Toen ik het een jaar of zes geleden voor het eerst las, irriteerde het me enorm. Ik had vroeger op de middelbare school weleens klankgedichten gelezen, zoals Slinger Singer naaimasjien van Paul van Ostaijen en Ik ben de blauwbilgorgel van C. Buddingh’. Maar ja,  dan ben je zestien jaar en denk je: Wat is dit voor irritante onzin? Weg ermee, niet meer aan denken. Totdat ik bij de voorbereiding van mijn proefschrift op een bundel avant-gardistische poëzie stuitte en mijn copromotor tegen me zei: ‘Die Hugo Ball, daar moet je eens naar gaan kijken, die vind jij wel leuk.’ Nou, dat is gebleken. Ik ben begonnen met Balls biografie, waarin ook gadji beri bimba voorkomt. Het stootte me af, mijn verstand verzette zich ertegen. Zit hier iemand niet gigantisch voor het lapje te houden? Is dit niet een en al Spielerei? Maar naarmate ik verder in zijn biografie kwam, ontdekte ik dat er achter deze klankenwaanzin wel degelijk een serieuze, geëngageerde houding stak.’

Eerste Wereldoorlog 

De klankgedichten waren bedoeld om de taal te ontledigen, de conventionele taal met zijn syntaxis en grammatica als machtsmiddel van de sterken om de zwakkeren te onderdrukken. De dadaïsten  wilden die taal bekritiseren en vernietigen. Er bestond volgens hen ook een taal van de klank, die rechtstreeks naar het hart gaat, een taal die – zoals Wassily Kandinsky zei – een innerlijke trilling doet ontstaan. Vergeet niet, we hebben het over de tijd van de Eerste Wereldoorlog, en de taal die vernietigd moest worden was de taal van deze tekentafeloorlog die mensen reduceerde tot moordende machines. Hugo Ball deed ook mee aan die taalvernietiging, maar ontdekte uiteindelijk dat het project van de dadaïsten om daarmee een nieuwe werkelijkheid te creëren geen kans van slagen had. Er was geen alternatief voor de taal. Hij ging weer schrijven in de conventionele taal. Bovendien bekeerde hij zich tot het rooms-katholieke geloof van zijn jeugd.

Reconversio

Achteraf vertelde Ball dat hij bij het uitspreken van dit klankgedicht een mystieke ervaring had, die het uitgangspunt werd voor zijn reconversio. Hij associeerde de klanken met het gregoriaans, dat voor veel mensen die geen Latijn meer kennen ook een soort klankgedicht is. Daarnaast zijn er associaties met tongentaal, met klanken uit de kabbalistische traditie, met de oertaal waarmee God de wereld zou hebben geschapen en de klanken in een gebed dat Jezus uitspreekt in het apocriefe evangelie Pistis Sofia. Al die facetten komen samen in dit klankgedicht – heel fascinerend. Het is tragisch dat Hugo Ball na zijn bekering werd neergesabeld door zijn medekatholieken. Ook zijn oude mededadaïsten konden hem niet volgen; zij moesten niks hebben van zijn plotselinge terugval in de burgerlijkheid  van de geïnstitutionaliseerde kerk.

Klem

Ball zat letterlijk klem tussen twee werelden. Maar zijn verhaal laat wel zien dat de avant-gardisten, waaraan ook onze postmoderne kunst nog steeds schatplichtig is, helemaal niet zo areligieus of zelfs antireligieus waren als vaak wordt beweerd. Als je goed kijkt, zie je dat zij geïnspireerd waren door een veelvoud aan religieuze en spirituele tradities: antroposofie, theosofie, oosterse mystiek, joodse mystiek en ook het katholicisme. Je kunt ze wel zien als hele vroege voorlopers van de secularisatie, maar dat wil nog niet zeggen dat ze areligieus waren – zoals ook de moderne mens weliswaar antikerkelijk is, maar feitelijk niet areligieus. Wil je onze moderne cultuur begrijpen, dan moet je ook oog hebben voor deze spirituele dimensie. De dadaïsten waren niet bezig met – wat wij nu zouden noemen – een links-seculier rationeel experiment. Ze waren ook op zoek naar waarheid en schoonheid, naar God in wat voor vorm dan ook.’

Bron: Volzin.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s