‘De klanken van Byzantium’ is de dissertatie van theoloog Frank Bosman waarin hij de klanktheologie ontleedt van de dadaïstische kunstenaar Hugo Ball in het werk ‘Byzantinisches Christentum’. Het bevat sporen van hedendaagse cultuurtheologie, sporen van een brave katholiek en sporen van een onbegrijpelijke kunstenaar. In zijn concluderend hoofdstuk vraagt Bosman zich af of Ball een cultuurtheoloog is. Ja, is het antwoord, concludeert Bosman. ‘Ball zocht en vond elementen van het goddelijke in de klankgedichten van Dada, de kunsttheorieën van Kandinksy en in de taaltheorieën van Benjamin.’

(…) Cultuurtheologie onthult het verborgene van God in de cultuur. Ball doet dat meerdimensionaal: hij schept cultuur als ‘heilige kunstenaar’ en ontwaart daar jaren later de Ursprache Gottes in. Hugo Ball synthetiseert daarin de grenzen van de taal van de kerk en de taal van de kunst. Zoals kunstenaars vaker doen: de een vanuit een eigen christelijke inspiratie, de ander door te dwepen met die inspiratie, en voor weer een ander door de kunst als religie voor te stellen. De Amerikaanse popgroep Talking Heads zette bijvoorbeeld Hugo Ball op muziek (‘I zimbra’) en mengt daarin Ball, Afrikaanse religie en funk.

Een ding maakt Bosman volledig duidelijk: Hugo Ball is voor orthodoxe hokjesjagers een ware mindfuck.

Bron: Lees de hele recensie op katholiek.nl.

Advertenties