De theologische terminologie, vooral van katholieke snit, is vaak – net als elk jargon – onbegrijpelijk voor een buitenstaander. Dit wordt versterkt door het veelvuldig gebruik van (afgekorte) Latijnse frasen en woorden waar een hele theologische gedachtewereld achterzit. Daarom voor alle theologische n00bs een korte theologische terminologie.

Dogmatiek

Vaak wordt het oude begrip ‘dogmatiek’ in enge zin verstaan, namelijk als een lijst van dogma’s waarin elke katholieke gelovige dient te geloven. In feite betekent ‘dogmatiek’ echter de theologische discipline die alles wat christenen geloven systematisch probeert te bevragen en te beoordelen. Daarom wordt tegenwoordig vaker het begrip ‘systematische theologie’ gehanteerd in plaats van ‘dogmatische theologie’, maar het zijn feitelijk synoniemen.

Depositum fidei

Lett. ‘Het deposito van het geloof’

Het Depositum Fidei, vaak vertaald als de ‘schat van het geloof’ of het ‘geloofsgoed’, is het totaal van alle geloofsuitspraken die de rooms-katholieke voor absoluut waar houdt en waaraan elke katholiek gehouden is te geloven. Voorbeelden zijn: de goddelijkheid van Christus, de Triniteit en Maria als Moeder Gods. De term is ontleend aan passages uit de twee brieven aan Paulus aan Timoteüs. ‘Timoteüs, waak over hetgeen je is toevertrouwd en mijd het goddeloze gepraat en de tegenstrijdigheden van wat ten onrechte kennis wordt genoemd.’ (1 Tim. 6,20) En: ‘Bewaar door de heilige Geest, die in ons woont, het goede dat je is toevertrouwd.’ (2 Tim 1,14).

Ecclesiologie

Lett. ‘leer van de kerk’; van het Griekse ‘ecclesia’ (‘kerk’)

De ecclesiologie is een onderdeel van de systematisch of dogmatische theologie die zich bezig houdt met het nadenken over het wezen van de kerk, zowel de zichtbare kerk (instituut) als de onzichtbare kerk (lichaam van Christus).

Eschatologie

Lett. ‘leer van de laatste dingen’; van het Griekse ‘eschaton’ (‘einde’)

De eschatologie is een onderdeel van de systematisch of dogmatische theologie die zich bezig houdt met het nadenken over de ‘laatste dingen’, het einde van de wereld, hemel & hel, het laatste oordeel, enzovoorts. Een lastige discipline omdat hetgeen ‘bestudeerd’ wordt nog moet plaatsvinden.

Fides quaerens intellectum

Lett. ‘Het geloof dat (zichzelf) zoekt te begrijpen’

Met de klassieke frase Fides Querens Intellectum wordt een bepaalde verhouding tussen geloof (fides) enerzijds en rede (ratio), verstand (intellectum) en wetenschap (scientia) anderzijds. Onder andere Thomas van Aquino stelde dat het (katholieke) geloof vanuit zichzelf systematisch wil worden onderzocht. Dat klinkt wat ingewikkeld, maar feitelijk wil dit principe de katholieke gelovige behoeden voor twee extreme valkuilen. Geloof zonder rede (‘fideïsme’) is vaak blind en neigt vaak tot ongezond fanatisme. Rede zonder geloof (‘scientisme’) berooft de werkelijkheid van een ultiem doel waarnaar een mens kan streven.

Fides qua, fides quae (creditur)

Lett. ‘Het geloof waarmee geloofd wordt, het geloof dat geloofd wordt’

Er wordt in de christelijke theologie onderscheid gemaakt tussen subjectief ‘geloven’ (de emotie, de gerichtheid, het geloof als handeling) en objectief ‘geloven’ (datgene waarin gelooft wordt). Fides qua slaat op het geloof dat je kan hebben in iets of iemand. ‘Ik geloof jou.’ Of: Ik geloof in Jezus.’ Fides quae slaat op wat je dan feitelijk gelooft. ‘Morgen wordt het mooi weer, geloof ik.’ Of: ‘Ik geloof dat Jezus mens en God tegelijk is’.

Imago Dei

Lett. ‘Beeld van God’

De christelijke theologie houdt vast aan het idee dat de mens geschapen is naar Gods beeld en gelijkenis. (Gen. 1,26) Dit betekent niet alleen dat de mens een goddelijke oorsprong heeft, en dus zijn leven dient in te richten gericht op God en het goede. Theologisch gezien is dit namelijk het fundament waardoor wij in staat zijn überhaupt over God te kunnen spreken. Als God en mens geen enkele onderling verband zou hebben, dan zouden wij onmogelijk iets over God kunnen zeggen. Nu wij ‘beelddrager’ van God zijn, kunnen wij ook iets over God zeggen. Onze menselijke taal en intellect zijn weliswaar oneindig beperkter dan God (kwantitatief verschil), maar het is niet onmogelijk om iets van God te kennen. Vaak wordt in combinatie met Imago Dei ook de term Cocreator Dei gebezigd (‘medeschepper Gods’). Hiermee wordt tot uitdrukking gebracht het idee dat ook de mens – als beeld van God zelf – ook kan scheppen

Lex orandi, lex credenda

Lett. ‘Wet van het vieren’, ‘wet van het geloven’

Het principe lex orandi, lex credendi wordt traditioneel vertaald als ‘de wet van het vieren is de wet van het geloven’. Hiermee wordt aangegeven dat de liturgie boven de dogmatiek staat, maar dan wel in een hele specifieke zin. Niets alles wat in de kerk gevierd wordt, is automatisch (katholieke) geloofsleer (andersom overigens ook niet). Maar de liturgie is al haar reikwijdte in tijd, plaats en lokale invloeden is wel een belangrijke vindplaats voor de *dogmatische theologie. Dit principe is vooral krachtig in de eerste eeuwen van het christendom toen er nog geen systematische geloofsbelijdenissen waren afgesproken. De dogmatiek bediende zich dan primair van de H. Schrift en de liturgie. Maar ook in onze tijd blijft deze oude theologische wetmatigheid van kracht.

Locus theologicus

Lett. ‘theologische (vind)plaat’

Om theologie te bedrijven, dat wil zeggen systematisch na te denken over Gods mysteriën, moet je bepaalde fundamenten hebben. Die fundamenten zijn in volgorde van belangrijkheid: Schrift, Traditie, geweten en de geschapen wereld. Passage uit de bijbel of uit de werken van belangrijke theologen, maar ook uitingen van onze cultuur en het meest diepe menselijk geweten zijn ‘vindplaatsen’ van God, en daarmee in zekere zin ‘bewijsplaatsen’ van de theologische theorie die je probeert op te bouwen. Voorbeeld: Ik geloof dat Jezus de zoon van God is, want in Johannes 1,1 staat geschreven dat het Licht naar de wereld kwam.

Nexus mysteriorum

Lett. ‘de verknoping van de mysteriën’

De uitdrukking Nexus Mysteriorum wordt gebruikt om de sterke onderlinge verbanden tussen religieuze en de bijbehorende theologische theorieën aan te duiden. Denken over God is als het trekken aan een Schots wandkleed. Als je aan de ene kant aan een draadje trekt, loopt de draad aan de andere kant van het kleed scheef. Wie zich bijvoorbeeld bezighoudt met de *pneumatologie, bemerkt dat het denken over de H. Geest sterk verband houdt met het denken over Jezus. Als Jezus waarlijk God, moet de Geest dat ook zijn (en omgekeerd).

Pneumatologie

Lett. ‘leer van de Geest’; van het Griekse ‘pneuma’ (‘geest’)

De pneumatologie is een onderdeel van de systematisch of dogmatische theologie die zich bezig houdt met het nadenken over H. Geest als één van de drie goddelijke Personen van de Triniteit.

Sensus fidelium

Lett. ‘het gevoel van de gelovigen’

Lastig theologisch concept dat tot uitdrukking wil brengen dat het gehele verzamelde volk van God (de kerk in inclusieve zin) als collectief weet war ‘waar’ is en wat niet. Het Godsvolk als geheel kan ook niet dwalen. Dit concept is misschien wel het meest democratische en revolutionaire concept in de christelijke theologie.

Signa temporum perscrutandi

Lett. ‘het begrijpen van de tekenen des tijds’

Het Tweede Vaticaans Concilie riep alle katholieke gelovigen op om “voortdurend de tekenen van de tijd bestuderen en ze trachten te verklaren in het licht van het Evangelie, om zo, op een voor iedere generatie verstaanbare wijze, antwoord te kunnen geven op de eeuwige vragen van de mensen omtrent de zin van het tegenwoordige en toekomstige leven en hun onderlinge verhouding.” (Gaudium et Spes 4)

Soteriologie

Lett. ‘leer van de verlossing’; van het Griekse ‘soter’ (‘verlosser’)

De soteriologie is een onderdeel van de systematisch of dogmatische theologie die zich bezig houdt met het nadenken over de verlossing van de mensen door Jezus Christus.

Via affirmativa, via negativa

Lett. ‘de weg van het bevestigen, de weg van de ontkenning’

Over het algemeen verdelen de theologen het spreken over God in twee categorieën. De ene categorie uitspraken zegt wat God wel is (de via affirmativa), bijvoorbeeld ‘God is goed’. De andere categorie uitspraken zegt wat Godniet is (de via negativa), bijvoorbeeld ‘God is niet slecht’. De weg van de negatieve theologie brengt tot uitdrukking het besef dat elk menselijk spreken Gods grootheid te kort doet. Ons spreken over God is noodzakelijk beperkt. Je kan daarom beter zeggen wat God niet is, daartoe zijn wij wel in staat.

Bron: Deze lijst is gepubliceerd op Katholiek.nl.