Vanaf het begin van de christelijke kerk, twee millennia geleden, vereerden de eerste christenen bepaalde gestorven geloofsgenoten, vanwege hun uitzonderlijke positie, vroomheid of heroïsch einde. In eerste instantie komen hier de mensen voor in aanraking die direct met Jezus Christus te maken hebben gehad: de twaalf apostelen, Maria Magdalena, Maria de moeder van Jezus, enzovoorts. Deze ‘heiligen’ van het Nieuwe Testament zijn nooit als zodanig officieel heilig verklaard (zie verderop voor meer details over de procedure), maar werden al vanaf de oudste tijd zo beschouwd: hun kennismaking met Jezus was voldoende om hen te beschouwen als voorbeeldfiguren in het geloof. Bekijk het hele dossier.