Omarm de cultuur voor het te laat is. Het imago van de rooms-katholieke kerk is zwaar beschadigd door het seksueel misbruik. En als of dat nog niet erg genoeg is, komt de kerk voortdurend met negatieve incidenten in het nieuws. Hoe komt dat? Theoloog Frank Bosman weet raad. Een klein litanie van bad publicity en een richtingwijzer naar de weg omhoog.

In de afgelopen jaren komt de r.k.-kerk in Nederland geregeld slecht in het nieuws. Natuurlijk is er het seksueel misbruik: decennialang hebben teveel priesters en religieuzen zich ongestraft aan jonge kinderen vergrepen. Maar er is meer bad publicity. Een kleine litanie.

Kleine litanie

In de zomer van 2010 zag mgr. Punt van Haarlem zich genoodzaakt ‘oranjepastoor’ Paul Vlaar op non-actief te stellen vanwege een ‘voetbalmis’. Eerder dat jaar veroorzaakte pastoor Luc Buyens uit Reusel een landelijke ‘hostierel’ door de openlijk homoseksuele prins carnaval de communie te weigeren. Als sinds enkele jaren luidt de Tilburgse pastoor letterlijk de noodklok voor de positie van de kerk in de maatschappij. Helaas dat de buren het vroege tijdstip niet kunnen waarderen. En ook een jaar geleden was pastoor Cor Mennen uit Oss het epicentrum van negatieve aandacht toen hij als bisschoppelijk censor een lijst van goedgekeurde kerkelijke muziek oplegde.

Pastoor Norbert van der Sluijs uit Liempde veroorzaakt afgelopen maand weer een landelijk rel door een parochiaan die euthanasie heeft gepleegd en dat van tevoren meldt, een uitvaart te weigeren. De in der haast opgetrommelde hulpbisschop mgr. Mutsaerts heeft zelf ook een reputatie van onhandige uitspraken, o.a. over kloosters die “vrijgezellenhuizen zijn waar niets meer aan verdieping wordt gedaan.” Net benoemd als pastoor van de opstandige San Salvatorparochie in Den Bosch staat de volgende rel al in de startblokken. Wat is er toch aan de hand?

Restauratie

Volgens sommige critici, waaronder bijvoorbeeld coryfeeën als Peter Nissen en Ton van Schaijk, is er sprake van een ‘restauratieve beweging’ en zelfs van een nieuwe polarisatie in de Nederlandse kerkprovincie. In de jaren negentig geloofden de meer optimistische katholieken dat de oude tegenstellingen tussen de progressieve ‘Acht Mei’-beweging en het conservatieve Contact Rooms-Katholieken definitief was gewerkt. In het daarop volgende decennium blijkt dat niet het geval te zijn, tot verdriet van vele katholieken.

Polarisatie

Ja, de polarisatie is weer terug, zoals blijkt uit de bovenstaande litanie, maar de tegenstelling is niet (meer) tussen links en rechts of tussen behoudend en progressief. De fundamentele waterscheiding in de r.k.-kerk van tegenwoordig wordt bepaald door de verhouding tussen kerk en cultuur. Met andere woorden: tussen die katholieke leken, theologen, pastores en bisschoppen die de cultuur met blijheid en optimisme tegemoet treden of zij die de cultuur zo ver mogelijk buiten de kerkelijke deuren willen houden.

Cultuuroptimisten

Aan de ene kant staan de cultuuroptimistische katholieken. Ze zien de ontkerkelijking als een uitdaging om nieuwe manieren van geloven in onze tijd te ontdekken. Ze zien overal om zich heen de christelijke traditie buiten de muren van de institutionele kerk opduiken: in films, popmuziek en literatuur, op internet met fenomenen als ‘twitterstilte’ en ‘social Sunday’. Ze geloven niet in een kleine kerk van heiligen, maar in een grote kerk van vromen en zondaars.

Het goud van Egypte

Ze staan in de traditie van de kerkvader Augustinus. Hij was zeker niet onkritisch op de cultuur en maatschappij van zijn tijd, maar hij zag wel overal sporen van Gods werk, in de schone kunsten, de ambachten en de (heidense) filosofie. Het goud van Egypte, aldus de kerkvader, diende niet alleen voor de fabricage van het gouden kalf, maar eveneens voor de versiering van het tabernakel.

Mgr. Gerard de Korte is een sterke vertegenwoordiger van deze kerkelijke cultuuroptimisten.

“De christelijke geloofsgemeenschappen moeten twee klippen moeten vermijden. Geen aanpassing aan de dominante cultuur maar ook geen kille, juridische rechtzinnigheid. Een kerk die met de tijdgeest huwt is al snel weduwe. Maar ook een ‘heilige rest kerk’ vormt geen katholiek antwoord op de noden van onze tijd. De kerk van morgen moet weliswaar streven naar een duidelijke rechtzinnige identiteit maar altijd gecombineerd met hoffelijkheid, openheid, vertrouwen en gastvrijheid. Gezelligheid vormt een concreteuiting van hartelijke naastenliefde.” (column Nederlands Dagblad)

Andere vertegenwoordigers op het katholieke erf zijn theoloog Eric Borgman, en de priesters Antoine Bodar en Roderick Vonhögen. Niet toevallig net de figuren die de katholieke traditie wel op een positieve manier in de pers laten verschijnen.

Cultuurpessimisten

Aan de andere kant van de nieuwe polarisatielijn staan de cultuurpessimisten. Met de andere kerkvader Tertullianus zien ze de omringende cultuur in de eerste plaats als een bedreiging voor de christelijke waarheid, een plek vol ongeloof, heidendom, ketterijen en moreel verval. Zij zweren bij de analyse van wijlen paus Johannes Paulus II die onze samenleving kenschetste als een “cultuur des doods”, voornamelijk verwijzend naar de liberale abortus- en euthanasiewetgeving in ons Westen.

Liever een ‘zuivere’ kerk

Deze kerkelijke cultuurpessimisten preferen een kleine ‘zuivere’ kerk van heiligen boven druk bezochte kerken vol met wat zij afschilderen als ‘cultuurkatholieken’. Ze staan sceptisch tegenover de moderne techniek en wetenschappen. Met name de moderne, academische theologie is hen een doorn in het oog: links, vrijzinnig en modernistisch. Ze trekken zich terug op het gelijk van het eigen erf en achter de veilige muren van het afbrokkelende instituut. “Als de mensen maar eens zouden doen wat God wil,” zei mgr. Mutsaerts tegen de camera van Brandpunt, moeiteloos de regels van de kerk op één lijn plaatsend met de wil van God. Bladen als Katholiek Nieuwsblad en Catholica ademen dezelfde afkeer uit tegen wat onze moderne cultuur gebracht heeft.

Godsdienstsocioloog Staf Hellemans analyseert in zijn artikel Tracking the new shape of the Catholic Church in the West (2012, nog te verschijnen) dat de toekomst van de r.k.-kerk in Nederland ongewis is: keuzekerk, grote minderheidskerk of ‘strikte’ kerk. De laatste optie acht Hellemans de meest waarschijnlijk: “De onaflatende teruggang in kerkbezoekers in combinatie met een politiek-van-de-loopgraven wijzen beide op die richting.” En dat lijkt mij een hele slechte zaak.

Marginale kerk

Als onze rooms-katholieke kerk in Nederland (en eigenlijk heel West-Europa) zich niet héél snel op een positieve manier gaat verstaan met onze laatmoderne cultuur, wordt ze gemarginaliseerd. En een gemarginaliseerde kerk is ten dode opgeschreven. Niet alleen ontbreekt het een dusdanig gedecimeerde club gelovigen aan de noodzakelijke kritische, intellectuele en creatieve massa, ze gaat tegelijkertijd in tegen het wezen van de christelijke heilsboodschap. Hoe kan zij de Blijde Boodschap van het Evangelie tot aan de uiteinden van de aarde verkondigen, als er bijna niemand meer over is om te spreken over of te luisteren naar Gods Woord? Hoe kan zij een kritisch geluid op onze maatschappij laten horen als de kerk zo klein geworden is dat ze door niemand meer serieus genomen wordt?

Werk van Gods handen

Christenen belijden dat onze wereld een geschapen werkelijkheid is, door God gratis en voor niets aan ons geschonken. Zelfs ons eigen leven hebben we aan God te danken. Hoe kan je dan met pessimistische ogen naar de wereld om je heen kijken en feitelijk zeggen ‘ik zie dat het helemaal niet goed is’? Wie zich cynisch afwendt van de wereld met een vals beroep op christelijke geloofszuiverheid, wendt zich af van de Schepper zelf. God zal het werk van zijn handen niet verweest achterlaten, zo horen we dikwijls in de liturgie. Laten wij dat dan inderdaad zelf ook niet doen. God is overal te vinden, omdat hij alles geschapen en verlost heeft, en eens voltooien zal. Ook onze cultuur.

Bron: Dit artikel is gepubliceerd in Volzin.