Wijzen op demonen in Tristan als verklaring voor crimineel gedrag is onzinnig. Hiermee zuiveren we vooral onze eigen ziel.

In het Nederlands Dagblad van 15-04-11 pleit exegeet en occultisme-expert Mart-Jan Paul (Christelijke Hogeschool Ede) om in het onderzoek naar de moordenaar van Alphen aan de Rijn ook naar demonische invloeden te kijken. Tristan zou ‘aangetikt’ zijn door duivels en zich aan glaasjedraaien hebben bezondigd, aldus door de politie teruggevonden documenten. Ik wil niets afdoen aan deze vondst, maar wijzen op demonische inwoning als verklaring voor crimineel gedrag is onzinnig.

Wie geconfronteerd wordt met een onmenselijk misdrijf, zoals ‘Alphen’, zoekt al snel een verklaring voor wat eigenlijk onverklaarbaar is. Het huis van de moordenaar wordt binnenstebuiten gekeerd op zoek naar gewelddadige games, films, muziek, boeken enzovoorts. En zodra een hard core game of een satanische muziek wordt gevonden, kan het volk opgelucht ademhalen. De oorzaak van de onmenselijke misdaad ligt niet in het hart van elke mens, maar kan toegeschreven worden aan een bepaalde invloed buiten de mens zelf. Niet Tristan is schuldig aan de moordpartij, het komt door die games/films/muziek/occulte zaken (vult u maar in).

De duivel buiten ons

Hiermee wordt de zonde uit de ziel van de mens gehaald en geprojecteerd op een duivelse kracht buiten ons. Hiermee zuiveren we niet alleen de ziel van de dader (want wie zou dat willen), maar vooral ook onszelf. Het lijkt er namelijk vaak op dat iedereen zo maar een moordenaar kan worden. ‘Het was zo’n normale jongen, niets op aan te merken’. En als er op Tristan niets aan te merken was, dan is iedereen een potentiële moordenaar. Ik ook. Door de introductie van een persoonlijke satan wordt dat kwaad buiten mijzelf gehouden, en daarmee buiten de gemeenschap. ‘The devil made me do it’, zongen deGolden Earring al lang geleden. En als de duivel mij ertoe heeft aangezet, ben ik dan zelf nog schuldig? Nee, of hoogstens gedeeltelijk. En als Tristan ging moorden door een demon, en ik hou me ver van occulte zaken, dan zal het onheil mij niet treffen.

Rituele reiniging

Feitelijk is het beroep dat Mart-Jan Paul doet op occultisme een oproep tot rituele reiniging van de gemeenschap, die wij met z’n allen vormen. Zijn woorden zijn een bezwering tegen het besef dat in iedere mens, onder de juiste omstandigheden, een crimineel huist. Overigens zijn niet alleen gelovigen gevoelig voor dit mechanisme. Bij dezelfde zaken worden ook talloze psychologen en sociologen geraadpleegd die de mensen moeten bezweren dat het aan Tristans opvoeding ligt, of zijn scholing, of zijn karakterstructuur. Het zijn de verborgen religieuze bezweringen van een doodsbange maatschappij.

Wij leven echter niet alleen in een gevallen wereld, de gevallen wereld zit in ons hart. En daar hebben we geen duivel of demonen voor nodig.

Bron: Dit artikel is gepubliceerd in het Nederlands Dagblad.

Advertenties