Regisseur Rodrigo Blaas (bekend van o.a. de Pixar-animatiefilm Wall-E) verrast in het zeer korte Alma de kijker met een bijzondere tekenfilm over een vrolijk, klein meisje. Alma dartelt rond in de sneeuw, ergens in een verder schijnbaar lege straat. Op een muur staan honderden namen geschreven, en onbekommerd schrijft ze haar eigen erbij. Dan wordt haar aandacht getrokken door een pop in de etalage aan de overkant. De pop is Alma’s spitting image. Als Alma probeert de poppenwinkel in de komen, blijkt die op slot. Pas als ze wegloopt, gaat de deur op mysterieuze wijze open. Binnengekomen staat de pop op een andere plek en botst Alma tegen een jongetjespop op een fiets die schijnbaar automatisch rondracet. 

Jongetje op de fiets

Als het fietsertje naar buiten wil fietsen, klap de deur net op tijd dicht. Alma is dan voor de tweede keer de pop uit het oog verloren en treft haar aan boven op de kast. Ze klimt op de bank en rekt zich ver genoeg uit om de pop aan te raken. De ogen van alle andere poppen volgen Alma’s bewegingen. Als ze ‘haar’ pop aanraakt, wordt ze naar binnen gezogen, gedwongen haar verdere leven vanuit een onbewegelijk poppenlichaam te slijten. Dan verschijnt er een nieuwe pop in de etalage, wachtend op een volgend meisje dat precies daarop zal lijken.

Compacte horror

Het plot is eenvoudig, maar krachtig neergezet. Hoewel de visuele sfeer nergens beklemmend wordt aangezet, zorgt de zorgvuldige enscenering voor een vaag gevoel van onbehagen. Als alle poppen in de winkel met hun ogen gaan rollen, weet elke kijker dat er groot gevaar dreigt. Omdat er niet in wordt gesproken, moet alle informatie uit het visuele worden gevist, wat een extra opgaaf voor de kijker is. Toch is deze korte animatiefilm meer dan de klassieke horror over een meisje-dat-net-iets-te-nieuwsgierig is.

Geen morele vertelling

Een kijker is wellicht geneigd om Alma te beschouwen als een morele vertelling. Nieuwsgierigheid wordt gestraft: Alma heeft immers drie keer de gelegenheid om aan de horror te ontkomen. Maar van een meisje van een jaar of vijf kan je niet echt verwachten, dat zij de gevolgen van haar daden al zo goed kan overzien. Bovendien is er geen ‘slechterik’ aan te wijzen: de winkel wordt niet bewoond, en heeft ook geen antropomorfe karaktereigenschappen. Het kwade is immanent, dreigend, gezichtsloos, meer lotsbestemming dan een persoonlijke akt.

Dualistisch sprookje

De naam Alma betekent echter ‘geest’ of ‘ziel’, en vormt de sleutel tot de uitsluiting van de tweede betekenislaag (de eerste was die van de klassieke horror). Het meisje Alma verbeeldt de vrije menselijke ziel, die opgesloten raakt in de ‘kerker van het menselijk lichaam’. Direct verschijnt Plato voor je geestesoog: de ziel is uit de hemel ‘gevallen’ en ‘gevangen’ in een vleselijk omhulsel. Dit lichaam-geestdualisme bleef niet tot de Platoonse filosofie beperkt, maar had in diverse gnostische stromingen als de Manicheëers en Katharen een blijvende religieuze impact. Alma zit voorgoed opgesloten in een pop, die alleen maar op haar lijkt, maar die haar feitelijk vastketent. De hemelse ziel vindt een leven op aarde wellicht aantrekkelijk, maar komt bedrogen uit.

Bron: Deze recensie is gepubliceerd op GoedGelovig.nl.

 

Advertenties