De nieuwste Sherlock Holmes-verfilming (2009) heeft een vreemde haat-liefderelatie met het origineel van Sir Arthur Conan Doyle. De nieuwe Holmes ontmaskert het spiritisme waartoe zijn schepper later in zijn leven zou vervallen, terwijl de detective gebruik maakt van de meest karakteriserende eigenschap die Doyle hem had meegegeven: keiharde logica.

De avonturen Holmes zijn al vaker verfilmd. Tussen 1916 en 1945 werden vijf films geproduceerd, waarna verschillende series en tv-films volgende. De eerste biosoopfilm daarna is die van 2009 met Robert Downey in de hoofdrol. Sherlock Holmes is redelijk trouw aan het origineel, hoewel het verhaal zelf niet van Doyle is. Holmes is de excentrieke, onbegrijpelijke misdaadoplosser, een meester van de forensische wetenschap. De donkere kant van Holmes (drugs, depressie, waanzin), zoals Doyle uitgebreid beschrijft, heeft in de film eigenlijk geen plaats. Ook Holmes’ assistent dokter Watson (Jude Law) heeft een modernisering ondergaan. Bij Doyle blijft hij toch altijd wat sullig en burgerlijk, terwijl in de film van regisseur Guy Ritchie bijna aan de meester gelijkwaardig is in deductie en fysieke kracht. Ook Holmes’ eeuwige tegenstander professor Moriarty (ingesproken door Brad Pitt?) en zijn enige geliefde Irene Adler (Rachel McAdams) spelen een (bescheiden) rol.

Beetje mannenfilm

Lionel Wigram, die tekende voor het filmverhaal, construeerde een gemakkelijk plot met enige romantische uitstapjes om de film ook voor het vrouwelijk publiek interessant te maken. Voor de rest is Holmes toch een beetje een mannenfilm: veel mooi gefilmde vechtscènes, ingewikkelde wetenschappelijke experimenten en onwaarschijnlijk uitgevoerde deducties. Wigram houdt het simpel. Lord Henry Blackwood (Mark Strong) wil met behulp van duistere magie de Engelstalige wereld veroveren. Om zijn ideeën kracht bij te zetten worden enkele tegenstanders op hoogst creatieve wijze om zeep geholpen. Uiteindelijk weet Holmes te bewijzen dat de zwarte magie eigenlijk slim toegepaste wetenschap is. Zo zorgen speciaal geprepareerde kogels voor een ontploffende revolver, en enige chemicaliën voor een gruwelijke dood in de badkuip.

‘Hocus pocus’

Met de trouw van deze filmversie uit 2009 aan het origineel van Doyle is een en ander aan de hand. Zoals eerder gezegd is het verhaal niet van Doyle zelf, maar alleen op zijn karakters geïnspireerd (zoals we ook kennen van Ian Flemming’s James 007 Bond). Er zijn wel veel verbale verwijzingen naar de originele verhalen van Doyle (hommages). De donkere kant van Holmes’ karakter is aangepast tot een meer modieus actieheld.

In de verhalen van Doyle is Holmes een berekende logicus, die veel ‘hocus pocus’ weet te herleiden tot verklaarbare natuurlijke of psychologische verschijnselen. Holmes is dan ook het prototype van de rationele, verlichte mens, die de angsten van het onderbewuste onderkent en beheerst. In de 2009 film is dit tot hoofdonderwerp van het verhaal gemaakt. Met uitzondering van één of twee kleine verhalen heeft Doyle magie nooit zo’n belangrijke plaats gegeven.

Spiritisme

Saillant detail is dat Doyle zelf, later in zijn leven, na de ‘dood’ van Holmes zich juist heeft overgegeven aan spiritisme. In enkele jaren verloor Doyle zijn vrouw, zijn broer, zijn zoon, twee zwagers en twee neefjes. Hij zonk diep weg in depressies, die ook zo;n belangrijk onderdeel van Holmes’ karakter zijn. Hij vond steun in het toentertijd (eind 19 e, begin 20 e eeuw) zo modieuze spiritisme, dat de uitkomsten van de moderne wetenschap wilde combineren met eeuwenoude magische kennis. De fictieve ‘Temple of the Four Orders’ uit de film zijn behalve een pastiche op de Vrijmetselarij (waarover Doyle een enkele keer schreef), een voorbeeld van deze mix. Grappig is overigens wel dat de eeuwenoude kennis van deze orde opgeschreven is in ongevocaliseerd Hebreeuws (zoals het Oude Testament) zonder enige betekenis.

Zoals Holmes een kind van de ene helft van zijn tijd is (rationalisme), is de late Doyle een kind van de andere helft (Romantiek). In de film van 2009 staat het schepsel op om zijn schepper een lesje te leren. Maar de duistere kant van Holmes blijft voor mij toch het meest boeien.

Bron: Deze recensie is gepubliceerd op KFA-Filmbeschouwing.nl.

Advertenties