Himmler was Hitlers belangrijkste handlanger. Van ziekelijk ambtenarenzoontje werd hij de basis van de beruchte SS. In de nieuwe biografie van Longerich komt uit dat Himmler een grotere hekel aan christenen had, dan aan joden. Himmler wilde het christendom vervangen door een Germaanse pseudoreligie.

Lang was er geen wetenschappelijke biografie van SS-ReichsführerHeinrich Himmler (1900-1945) voor handen. Vorige jaar leverde de Duitse historicus Peter Longerich een formidabele prestatie door een vuistdikke en zwaar gedocumenteerde biografie op produceren. Een jaar later kwam een goede en leesbare Nederlandse vertaling op de markt. Centraal in Longerichs werk staat de vraag hoe een onbeduidende en ziekelijk onderwijzerszoontje kon uitgroeien tot de een-na-machtigste Nazi direct na Adolf Hitler.

Longerich stelt terecht dat Himmler rise and fall niet los gezien kan worden van die van de SS: Himmler transformeerde persoonlijk een groep lijfwachten (Schutzstaffel) rond Hitler tot een van de meest efficiënte en gevreesde legereenheden van West-Europa, de Waffen-SS. Longerich concludeert dat het de vreemde combinatie geweest is tussen opportunisme, mentale flexibiliteit (Himmler had een neus voor ‘winnaars’) en ‘gewoon’ op de juiste tijd op de juiste plek zijn.

Kerken in Nazi-Duitsland

Longerich besteedt in zijn boek ook aandacht aan de situatie van de kerken in Nazi-Duitsland, en aan Himmlers persoonlijk geloof, dat hij op zijn SS-volgelingen wilde overbrengen. De officiële houding van het Nazi-regime ten opzichte van de protestantse en katholieke kerk was die van neutraliteit, en Himmler moest naar buiten toe zich hieraan confirmeren. Gelovigen van kleinere kerkgenootschappen werden minder gespaard, vooral de Jehova-getuigen werden vanwege hun ingebakken pacifisme en verzet tegen alles wat met nationaalsocialisme te maken had, per duizenden geïnterneerd, hoewel Himmler gek genoeg wel gecharmeerd was van hun radicaliteit.

Katholieke opvoeding

Himmler was opgegroeid in een ‘normaal’ katholiek gezin: hij was gedoopt, deed zijn eerste Communie, werd gevormd en biechtte op regelmatige basis. In zijn studententijd begin hij echter een steeds grotere afkeer tegen zijn christelijke opvoeding te krijgen. Als Himmler zich veilig voelt en niet de schijn van godsdienstneutraliteit hoeft op te houden, zegt hij: “Het resultaat van de christelijke leer is de vernietiging van alle volken. Een godsdienst die a) de vrouw als zondig ziet, en b) het huwelijk als een kleinere zonde, zal er op den duur zeker in slagen elk volk het graf in te helpen.” Ook noemt hij het christendom een “pervers en levensvreemd wereldbeeld”, “op Aziatische leest geschroeid”. Vooral zijn eigen katholieke kerk moet het ontgelden: “De katholieke kerk heeft elk samenzijn van man en vrouw waarbij een kind niet gewenst is en verhinderd wordt, tot zware zonde verklaard.” Himmler geeft in deze citaten blijk van een niet geheel gerijpte seksuele persoonlijkheid. Himmler was geobsedeerd door bloedreinheid en het produceren van raszuivere Ariërs. Op speciale zonnewendefeesten werden ‘maagden’ en ‘jonge sterke SS-ers’ uitgenodigd om ‘ongeremd’ het seksuele terrein met elkaar te ontdekken. Himmler zelf liet geen gelegenheid voorbij gaan daarbij aanwezig te zijn, doch de seksuele relatie met zijn eigen vrouw was zwaar gestoord.

Concordaat

De Gestapo en de SD richtte – op aandringen van Himmler – in eerste instantie hun pijlen op de rooms-katholieke kerk. Hoewel Hitler en paus Pius XII in 1933 een omstreden concordaat sloten, knabbelden partij-ideologen als Himmler graag aan de status quo, voornamelijk door het langzaam ondergraven van de kerk als privaatrechtelijke organisatie. Saillant detail is dat de afdeling ‘kerkpolitiek’ van de SD in de periode 1935 tot 1941 werd geleid door Albert Hartl, een voormalig r-k. priester. Het net rond de katholieke kerk werd aangetrokken door (gefingeerde) overtredingen van de deviezenwetten (grensoverschrijdende transacties van voornamelijk de religieuzen orden) en (ook gefingeerde) beschuldigingen van homoseksualiteit. Wederom interessant is om te vermelden dat Longerich veel werk maakt van Himmlers eigen worsteling met zijn homoseksuele geaardheid.

Gelijkschakeling

Voorst werden de katholieke jeugdverenigingen afgeknepen en de pers gecensureerd. Ondanks al hun pogingen hadden de Nazi’s geen enkel idee van de discussies in de top van de katholieke kerk. De Vaticaanse brief Mit Brennender Sorge maakte een einde aan elke illusie dat de katholieken collectief de kant van Hitler zouden kiezen. Het regime probeerde in de periode 1933 en 1935 de lokale protestantse kerken ‘gelijk te schakkelen’ in een Reichskirche. Het enige resultaat was een hoogoplopende ruzie tussen de nationaalsocialistische Deutsche Christenen en de ‘Belijdende Kerk’. Himmler probeerde – met succes – deze gelijkschakeling te voorkomen, omdat hij vreesde voor een te grote christelijke stem in Nazi-Duitsland. (Zie voor meer achtergronden het zeer lezenswaardige boek: Theologen onder Hitler van Robert P. Ericksen, 1987.)

Pseudoreligie

In plaats van het zo door hem verfoeide christendom wilde Hitler een eigen wereldbeeld voor de SS ontwerpen, waarvoor hij een specifieke SS-cultus met bijbehorende rituelen, symbolen en heilige plaatsen. Himmler wereldbeeld bestaat uit het herstel van een voorchristelijk Germanendom, inclusief allerlei legendes rond Atlantis en Tibet en pseudowetenschappelijke theorieën rond astrologie, sterrenwichelarij en wichelroedekunde. Himmler gaf zelf nooit een systematische opzet van zijn nieuwe religie, want ook van binnen de partij verwachtte hij – terecht naar het schijnt – niet serieus genomen te worden. Volgens de dagboeken van Goebbels had Hitler er zelf niets mee, en vond hij het ‘onzin’. Longerich legt dit complex van surrogaatreligie goed uit, maar besteedt eigenlijk geen aandacht aan de sociaal en godsdiensthistorische ontwikkelingen in Duitsland die tot Himmlers ideeën aanleiding gaven. Het gaat dan om verstoorde varianten op theosofische ideeën rond raszuiverheid, verloren beschavingen en buitenaards leven. (Zie het standaardwerk over het ‘Nazi-occultisme’, The occult roots of Nazism van Nicholas Goodrick-Clarke, 1985.)

Germaans Credo

Ter illustratie geef ik nog twee voorbeelden van de vermenging van christendom en een soort nationaalsocialistisch pseudogeloof. Het eerste gaat om een ‘naamswijdingceremonie’, de Himmler-variant op de christelijke doop. De verzamelde familie en SS-kameraden dienen, na het zingen van strofen uit Hitlers Mein Kampf, hun geloofsbelijdenis op te zeggen:

“Wij geloven in de God in het helaas
En de missie van ons Duitse bloed
Dat eeuwig jong uit de Duitse aarde groeit
We geloven in het volk, de drager van het bloed
En in de Führer die God voor ons heeft bestemd.”

Een ander voorbeeld is niet van Longerich, maar van Goodrick-Clarke. Het gaat om een teruggevonden ‘gebed’ dat dagelijks door weeskinderen zou zijn opgezegd zijn. De parallel met het Onze Vader is natuurlijk duidelijk.

“Leider, mijn leider, door God mij gegeven, beschut en bewaar mij mijn leven lang
Jij hebt Duitsland opgericht uit de diepste nood, aan jou dank ik mijn dagelijks brood
Leider, mijn leider, mijn geloof, mijn licht
Leider, mijn leider, verlaat mij niet.”

Onoverzichtelijk

Longerich slaagt erin om wetenschappelijke kwaliteit en diepgang te verbinden met leesbaarheid, mede door het gebruik van vele citaten en smeuïge anekdotes. Toch vereist het uitlezen van het bijna duizend pagina’s tellende boek toch wel wat doorzettingsvermogen, en wel om twee redenen. Ten eerste gaat het overgrote deel van het boek toch over de moordpartijen van de Nazi’s, en ten tweede is de interne organisatie van de SS van een ondoorzichtigheid om horensdol te worden (wat Longerich ook toegeeft). Deze wanorde is een van de instrumenten waarmee Himmler controle bleef houden op het systeem, dat net zo waanzinnig was als hijzelf.

Peter Longerich, Heinrich Himmler: Biographie, München (2008), 978-3886-808- 595. In het Nederlands vertaald door Joost Zwart en Pieter Streutker als Heinrich Himmler: Hitlers belangrijkste handlanger, Amsterdam (2009), 978-9023-428-695.

Bron: Deze recensie is verschenen op KatholiekNederland.nl.