Ergens in de Middeleeuwen zou een vrouw erin geslaagd zijn het mannelijk bolwerk van het Vaticaan te bestormen. Verkleed als man en met een ruime wetenschappelijke kennis behept, kon zij het zelfs tot paus schoppen. Met de enige keer dat een vrouw op de stoel van Petrus zat, liep het niet goed af. Zij viel door de mand toen zij tijdens een processie in de straten van Rome spontaan van het kind van haar minnaar beviel. Zij werd ter plekke door de woedende menigte gelyncht. De herinnering aan deze ‘sterke vrouw’ zou vervolgens vakkundig door de kerk zijn vernietigd.

De legende van de pausin stamt al uit de vroege middeleeuwen. De bekendste versie (en één van de oudste) van dit verhaal is van de Poolse kroniekschrijver Martinus Polonus (‘de Pool’). Deze omstreeks 1278 overleden dominicaan tekende het verhaal op in zijn Chronicon Pontificum et Imperatum. Het gaat hier om een vrouwelijke persoon met de naam Johannes Anglicus, geboren in het Duitse Mainz.

Liber Pontificalis

Er bestaan oudere versies van het verhaal, maar die zijn niet eenduidig. Zo schrijft Anastasius Bibliothecarius (810-879), een bibliothecaris onder paus Adrianus II (regeerde van 867-972) ook over een vrouwelijke paus. Anastasius schreef erover in het Liber Pontificalis, een soort kroniek van het pausdom. Hoewel Anastasius dus een tijdgenoot is van Johannes Anglicus, staat het gedeelte over hem/haar in een kleine voetnoot en in een ander handschrift. Het lijkt er dus op dat op een later tijdstip iemand het verhaal van Polonus heeft toegevoegd aan het werk van Anastasius. In de kroniek van de pausen van de Ierse abt Marianus Scotus (1028 – 1082/3) wordt deze vrouwelijke paus aangeduid als ‘Johanna’, de naam waarmee we haar tegenwoordig meestal aanduiden. Haar verhaal komt alleen in de latere edities voor, namelijk van na 1278.

‘Tussenpaus’

De dominicaan Jean de Mailly (1190-1260) dateert in zijn Chronica Universalis Mettensis (‘kronieken van de stad Metz’) het verhaal veel later: in 1099 in plaats van ergens in de negende eeuw. Er was in die tijd nogal veel gedoe over het pausschap met pausen en antipausen. In deze roerige tijd is er ‘ruimte’ voor een dergelijke gebeurtenis, zij het als louter verhaal of als feitelijke historie. Met die datering zou nog wel eens meer aan de hand kunnen zijn. De ‘pausloze’ periode waar Polonus over spreekt, zou kunnen slaan op de periode tussen de pausen Leo IV (gestorven in juli 855) en Benedictus III. Dat is één pauswisseling eerder dan Polonus beschrijft. Benedictus werd namelijk pas in september 855 in Rome geïnstalleerd.

Paus Agnes

Vanaf de 14e eeuw werd pausin Johanna geregeld genoemd in de geschriften. De Mirabilia Urbis Romae, een soort middeleeuwse toeristengids van Rome, meldt dat de resten van een vrouwelijke paus in de Sint-Pieter begraven zouden zijn. Giovanni Boccaccio (1313-1375) verwijst kort naar Johanna in zijn geschrift De Mulieribus Claris. De pauselijke bibliothecaris Bartolomeo Platina (1421-1481) wijst op de “obscure en onzekere” herkomst van dit verhaal. En in 1404 wijst de Welshman, kerkjurist en kroniekschrijver Adam van Usk (1352-1430) in zijn Chronicon op een standbeeld dat in Rome voor de vrouwelijke paus zou zijn opgericht. Hij noemt haar overigens ‘paus Agnes’.

Ontkenning

In 1587 verschijnt het eerste kritische werk over ‘pausin Johanna’. Florimond de Raemond, een magistraat van het parlement van Bordeaux, ontkent in zijn geschrift met de veelzeggende titel Erreur populaire de Pape Jean het bestaan van deze vrouwelijke paus. De al reeds eerder genoemde paus Clemens VIII verklaart expliciet en voor het eerst in de geschiedenis het bestaan van Anglicus/Johanna/Agnes.

Satire

De Franse protestant David Blondel (1591-1655) schrijft in 1647 zijn dissertatie over deze kwestie. Hij stelt dat de ‘mythe van de pausin’ ontstaan is als een satire op de weinig verheffende levenswandel van paus Johannes XI (circa 910-935). Ten tijde van en na de Reformatie zagen verschillende protestantse schrijvers er een mooie gelegenheid in de corruptie van de Katholieke Kerk aan te kaarten, net zoals nu moderne feministen er een gelegenheid in zien om haar vrouwonvriendelijke karakter aan te vallen.

Testiculos habet

Een vrouw kan in de Katholieke Kerk geen priester worden, laat staan paus. Daarom was het volgens een legende noodzakelijk om te testen of een pauskandidaat van het mannelijk geslacht was. Een kandidaat zou op een hoefijzervormige stoel hebben moeten plaatsnemen, waarop enkele clerici controleerden of hij testikels had. In dat geval werd gezegd: Testiculos habet et bene pendentes (‘Hij heeft testikels en ze hangen goed’). Er bestaat geen historisch bewijs voor dit gebruik.

Bron: Dit lemma is gepubliceerd op de encyclopedie van KatholiekNederland.nl.