Maria Magdalena is ‘in’. Massa’s literatuur is over haar verschenen. Boven deze enorme hoop papier steekt het boekje van Régis Burnet gemakkelijk uit: licht verteerbaar, to the point en wetenschappelijk verantwoord. De receptiegeschiedenis van de ‘veelvormige’ Maria Magdalena wordt in een notendop gepresenteerd. Een aanrader.

Over Maria Magdalena zijn de laatste tijd boekenkasten vol gepubliceerd, met als onmiskenbaar publicitair hoogtepunt de Da Vinci Code en het boek dat Dan Brown inspireerde Holy Blood Holy Grail. Ze wordt hierin voorgesteld als de uitverkoren apostel en minnares van Jezus van Nazareth. Régis Burnet neemt de hedendaagse, laatmoderne ‘verering’ van Maria Magdalena tot uitgangspunt voor naar zoektocht langs twee millennia kerkgeschiedenis.

In de loop van deze geschiedenis heeft de Vrouw van Magdala als een ware kameleon vele gedaantes aangenomen, naar gelang het (kerkelijk) gezag haar wilde inzetten. De zondares van Bethanië, een bekeerde prostitué, een ascetische woestijnmoeder, patrones van zwangere vrouwen, onderwerp van ontelbare legendes en verhalen.

Een ‘samengestelde’ Maria

Maria Magdalena is voor Burnet een ‘samengesteld verhaal’. Maria Magdalena zoals we die uit de christelijke traditie kennen, bestaat volgens haar niet. Zij is samengesteld uit verschillende bijbelse figuren en uit de fantasie van christelijke auteurs van preken, meditaties en romans. Het siert de auteur dat ze niet probeert de ‘ware’ Maria Magdalena uit de krochten van de geschiedenis te peuteren. Ze wil een beeld schetsen van de vele gezichten van de Heilige van Bethanië. “Dit boek is niet bedoeld als een kritiek op alle mogelijke ficties. (…) Wel wollen we nagaan hoe elke tijd de vrouw uit Magdala naar zich toe heeft gehaald om zijn eigen Magdalena te construeren,” aldus de achterflap van het boek.

Bijbels palet

Burnet begint zijn verhaal over de ‘samengestelde’ Maria Magdalena met een inventarisatie van de bijbelse gegevens. Die blijken er bar weinig te zijn. In de verhalen rond de ‘zalving te Bethanië’ wordt met geen woord over de vrouw van Magdala gesproken. Ze is wel getuigen bij de kruisiging, de graflegging en – heel belangrijk – bij de verrijzenis. De verrezen Heer, zo zijn de evangelisten het opvallend eens met elkaar, draagt haar op om het goede nieuws aan zijn apostelen te gaan verhalen. Hiermee is ze tot een soort ‘superapostel’ of ‘apostel der apostelen’ geworden. En zo wordt ze ook door de kerkvaders geëerd. Het is paus Gregorius de Grote (540-604) die in twee preken de ‘zondige vrouw’ uit het Bethanië-verhaal vereenzelvigd met de getuigen van Jezus’ lijden en verrijzen. Bovendien koppelt hij uitdrukkelijk een berucht vers uit Lucas, “Maria Magdalena uit wie zeven demonen gedreven waren”, aan de beschuldiging van een liederlijk en seksueel getint leven. Maria als prototype van de bekeerde zondares begint langzamerhand die van superapostel te verdringen.

‘Superzondares’

In de Middeleeuwen wordt Maria Magdalena spreekbuis van de ‘Moderne Devotie’ met zijn hang naar verinnerlijkt en eenvoudig leven. Rond Maria Magdalena worden verschillende verhalen bedacht om de lacunes in het Nieuwe Testament op te vullen. Zo wordt zij tot de bezitter van een groot kasteel aan het meer van Tiberias, die zich op Christus’ woord bekeerde en de laatste dertig jaar van haar leven doorbracht in de wildernis, ‘haar schaamte enkel bedekkend met haar haar’. Vooral dit laatste beeld is door honderden kunstenaars vereeuwigd in schilderijen. Ze wordt dan niet meer zo vaak met een kruikje olie afgebeeld, maar met een kaars en een schedel (symbolen van eindigheid). De nadruk ligt op haar bekeerling-zijn, waardoor de zonden waarvan ze zich bekeerde evenredig groot moesten zijn. Tijdens de Contrareformatie werd zij door de katholieke theologen ingezet als verdediging van het sacrament van de biecht en als bewijsplaats voor de nuttigheid van goede werken. Dit laatste tegen het reformatorische idee dat vergeving louter ‘om niet’ door God geschonken wordt, en onafhankelijk is van goede werken. Zo werd de superapostel een ‘superzondares’.

Begaafde auteur

Daarna gaat Régis Burnet uitgebreid in op de moderne geschiedschrijving rond Maria Magdalena, die wij zo goed kennen uit de recente reli-thrillers: Maria Magdalena als ingewijde en geliefde van Jezus, al dan niet door hem bezwangerd. Burnet is een begaafd schrijver, die blijkt geeft de belangrijkste literatuur gelezen te hebben en het onderwerp te beheersen met kritische afstand. Hij doceert aan de universiteiten Paris-VII en Parijs-VIII. Het boek is rijkelijk van voetnoten voorzien, zodat het gemakkelijk is om over bepaalde onderwerpen meer informatie te vinden. Zonder voetnoten echter leest het boek ook ‘gewoon’ door, wat wel zo prettig is voor de gemiddelde lezer.

Vertaling met schoonheidsfoutjes

Wouter Meeus heeft Burnets Frans op een mooie manier vertaald: geen kromme zinnen of letterlijk vertaalde en dus voor ons onbegrijpelijke uitdrukkingen. Ook heeft hij de uitgave hier en daar aangepast aan het culturele universum van de Nederlandstaligen en verwijst hij geregeld naar typisch Nederlandse of Vlaamse situaties. Zo verhaalt hij over de de Magdalenahuizen en –stichtingen in Nederland en Vlaanderen voor ‘gevallen vrouwen’, die later veranderden in de zo bekende in blijf-van-mijn-lijfhuizen (p. 101). Hierdoor lijkt het niet op een vertaling, maar op een origineel Nederlands boek. En dat is een compliment waard. Wel maakt Meeus zich herhaaldelijk schuldig aan ‘vlamismes’, typisch Vlaamse uitdrukkingen. Meestal tovert dit een glimlach om de lippen als hij bijvoorbeeld “eenklank” vertaalt in plaats van ‘harmonie” (p. 71) of “hoogdringend” in plaats van “zeer noodzakelijkheid” (p. 77). Het begint te schuren voor een lezer als hij de Vlaamse uitdrukkingen gaat gebruiken als “dat Maria Magdalena zich niet laat pramen” (p. 81) dat zo iets moet betekenen als ‘je niet laten kisten’. Toch maakt Meeus ook af en toe serieuzere fouten. Zo vertaalt hij “maar” waar onmiskenbaar “slechts” moet staan: “een bekoring is maar (lees: slechts) een bekoring als ze minstens als fantasma werkelijkheid kan worden” (p. 72) Boeken die ook met het oog op de Nederlandse markt geschreven of vertaald zijn, dienen extra zorg te besteden aan de zorgvuldigheid van het gebruikte Nederlands.

Al met al: een echte aanrader voor wie zich eens laagdrempelig, maar wel wetenschappelijk verantwoord wil verdiepen in het leven van Maria Magdalena.

Régis Burnet, Maria Magdalena – Van boetvaardige zondares tot echtgenote van Jezus,
Averbode (2009), 180 pagina’s, € 19,95.

Bron: Deze recensie is gepubliceerd op KatholiekNederland.nl.