Vanaf vandaag ligt Het Raadsel van Damascus in de Nederlandse boekhandels. Het is het zoveelste complotboek over de oorsprong van het christendom. De auteur Lena Einhorn bedient zich volgens onze recensent Frank Bosman van ‘waanzinnige hypotheses’.
Het Raadsel van Damascus van de Zweedse auteur Lena Einhorn is een aantrekkelijke combinatie tussen een whodunnit en een studieboek, maar overtuigt in geen van beide genres. In tegenstelling tot Henry Lincoln, Michael Baigent & Richard Leigh (Holy Blood, Holy Grail), Francesco Carotta (Was Jezus Caesar?) en Dan Brown (The Da Vinci Code) blijft Einhorn wel prettig bescheiden over haar werk, maar haar hypotheses zijn net zo waanzinnig als die van haar collega-schrijvers. Jezus leerde zijn wonderen in magisch Egypte, stierf niet aan het kruis, maar luisde iedereen erin door als Paulus terug te keren.
Jezus en Paulus
Lena Einhorn (1954) is van beroep filmmaker (Ninas resa, 2005; Garbo – berättelsen bakom breven, 2001; en Handelsresande i liv, 1998), maar pakte in 2007 de pen op en schreef The Jesus Mystery. Astonishing Clues To The True Identities Of Jesus And Paul, waarvan nu de Nederlandse vertaling Het Raadsel van Damascus is verschenen. De boeiendste vraag is eigenlijk waarom de gerespecteerde uitgeverij De Geus eigenlijk besloten heeft om deze vertaling te willen publiceren. Waar Dan Brown nog weet te boeien, mislukt Einhorn daarin geheel, laat staan dat ze haar hypothese aannemelijk weet te maken.
Duistere Schriftpassages
Einhorn begint eigenlijk heel sterk. Ze constateert – zoals zo vele leken en professionals voor haar hebben gedaan – dat we eigenlijk heel weinig weten over de historische Jezus, en dat de getuigenissen die we wel hebben, de vier evangeliën en de brieven van de apostel Paulus, elkaar op sommige punten akelig tegenspreken. Ook wijst ze op enkele duistere Schriftpassages, die tot op de dag van vandaag niet afdoende zijn beantwoord. Waarom treedt Pontius Pilatus zo slap op? Waarom sterft Jezus zo snel aan het kruis, dat toch bedoeld was om veroordeelden dagenlang te folteren? Wat is zijn verhouding met Johannes de Doper? Wie was Paulus, dat hij – terwijl hij Jezus nooit gezien of gesproken had – de belangrijkste verspreider van zijn boodschap werd?
Gnostische evangeliën
Einhorn werkt zich gestructureerd door anderhalve eeuw kritisch-historisch Jezusonderzoek, door de weinige niet-Bijbelse getuigenissen van tijdgenoten (en wat deze waard zijn) en door verschillende Talmoedpassages die over Jezus zouden kunnen gaan. Tevens trapt ze niet in de valkuil om apocriefe (gnostische) geschriften in haar bespreking op te nemen, met het terechte argument dat deze allemaal later zijn geschreven dan de vier canonieke evangeliën. Ook besteed ze aandacht aan de schimmige relatie tussen Johannes de Doper en Jezus, en de weifelende houding van Pontius Pilatus, tenminste voor zover deze uit de verhalen van de canonieke evangeliën tevoorschijn komen.
Jezus zoon van een centurion
Tot dan toe leest Einhorn als een werkboek Inleiding Bijbelwetenschappen, maar dan slaat de speculatie toe. Door gegoochel met jaartallen, de namen van Romeinse en joodse hoogwaardigheidsbekleders, radicale interpretaties van Talmoedpassages en het oprekken van al het overig historisch materiaal weet de auteur haar allesomvattende these over de ware figuur van de historische Jezus te construeren. Jezus was de zoon van Maria en de Romeinse centurion Panthera. Het aldus verkregen Romeins burgerschap zou de weifelende houding van Pilatus verklaren. Romeinse burgers werden immers niet gekruisigd. In de zogenaamde ‘verborgen jaren’ tussen Jezus optreden in tempel te Jeruzalem (12 jaar) en het begin van zijn prediking (30 jaar) verbleef hij in Egypte waar hij in de magische kunsten van wonderdoenerij en genezing werd onderwezen.
Egyptische magiër
Vervolgens worden Jezus, Johannes de Doper en een in de Talmoed genoemde ‘Egyptische magiër’ in elkaar geschoven. Met een twijfelachtig beroep op het Evangelie van Johannes, die volgens Einhorn juist op bepaalde punten historische veel accurater zou zijn dan de drie synoptici, stelt de auteur dat Jezus op de flanken van de Olijfberg tezamen met vierduizend man zou zijn opgepakt door de Romeinse gouverneur Felix (die na Pontius Pilatus kwam). Jezus wordt als opstandeling (maar tegen de zin van Felix) tot de kruisdood veroordeeld, welke hij door een samenzwering van Felix, Judas, Simon van Cyrene, Nicodemus en Jozef van Arimatea kan overleven. Vanwege een ‘deal’ tussen Felix en Jezus moet deze laatste vluchten om nooit meer terug te keren.
Gestalte van Paulus
Jezus houdt zich vervolgens niet aan de afspraak en laat zich een aantal keren aan zijn leerlingen zien, om vervolgens voor langere tijd te verdwijnen. Na een decennium keert hij terug in de gestalte van Paulus. Dit zou het fanatisme van Paulus verklaren voor Jezus’ zaak, plus de ‘problemen’ die Paulus elke keer tegenkomt als hij naar Jeruzalem afreist. Het gevaar van herkenning is groot en reëel.
Leermeester-in-vermomming
Einhorns redeneringen blijven rammelen. Ze wijst onder andere op de grote overeenkomst in woordgebruik tussen Jezus (volgens de evangeliën) en Paulus (volgens zijn eigen brieven) om te ‘bewijzen’ dat ze eigenlijk één en dezelfde figuur zijn. Gekke manier van redeneren. Als ik de ideeën van mijn leermeester op de universiteit wil doorgeven aan anderen, dan zullen oplettende luisteraars veel overeenkomsten vinden tussen mijn woorden en die van mijn leermeester. Er zal echter niemand opstaan om te zeggen dat ik mijn leermeester-in-vermomming ben, zelfs als mijn meester al overleden is! (Misschien in overdrachtelijk zin, maar daar doelt Einhorn zeker niet op.)
Geen theoloog
Lena Einhorn komt erg begeesterd over. Ze is vol van hetgeen ze schrijft, maar een regisseur is nog geen theoloog, zoals ze trouwens zelf ook ruiterlijk toegeeft. Het was beter geweest als iemand met de juiste scholing haar had kunnen behoeden voor haar wilde hypotheses die de toch relatief grote rekkelijkheid in de historiciteit van Jezus van Nazaret tot springen toe onder spanning zet.
Lena Einhorn, Het raadsel van Damascus, De Geus (2008).
Bron: Deze recensie is gepubliceerd op KatholiekNederland.nl