Net als het veel recentere I Robot (2004) is Bicentennial Man (1999) een verfilming van een boek van de Vader van de Robotica, Isaac Asimov, een boek met dezelfde titel uit 1976. Robin Williams overtuigt in deze rol niet als de robot-met-menselijke-trekjes Andrew, maar is wel geloofwaardig als een verdwaald wezen dat wanhopig zoekt naar een eigen identiteit. Robots zijn de nieuwe engelen van de film, en Asimov is hun God.

De familie Martin schaft in 2005 een speciale huishoudrobot aan, die ze ‘Andrew’ dopen. In 1999 was 2005 nog toekomst, maar inmiddels is het verleden geworden. In Bicentennial Man is dat niet storend, te meer daar regisseur Chris Columbus de futuristische hocus pocus tot een minimum heeft beperkt. Dit komt de houdbaarheid van de film zeer ten goede. Andere ‘toekomstfilms’ als bijvoorbeeld Judge Dredd (1995), Back to the Future 2 (1989) en de Star Trek-series (jaren zestig) zijn niet meer aan te zien zonder in de lach te schieten.

Keuze

Robot Andrew (Williams) verbaast zijn eigenaar Richard Martin (Sam Neill in een middelmatige rol) en zijn dochter Amanda (Halli Kate Eisenberg) met zijn vermogens om hout te bewerken. De producent van de NDR-serie, waar Andrew toe behoort, beschouwt deze ‘menselijke’ trekjes als een productiefout en wil hem demonteren. Martin weet dit bij herhaling met grote moeite te voorkomen. Andrew blijft zich verder ontwikkelen en leer beetje bij beetje wat het is mens te zijn: vooroordelen, volwassen-zijn, intellectuele vrijheid, seks, liefde en dood. Hij is dolgelukkig als hij later in de film een vrouwelijke versie van zichzelf tegenkomt. Galatea (Kiersten Warren) blijkt echter zich alleen menselijk te gedragen omdat ze zo geprogrammeerd is. Andrew is teleurgesteld: één van de door hem meest gewaardeerde menselijke eigenschappen is juist de vrijheid om te kiezen. En Galatea heeft geen keuze.

Engelen

In vele opzichten lijken de robots uit de moderne cinema op de engelen uit de christelijke traditie. Robots en engelen definiëren het mens-zijn juist doordat ze zelf on-menselijk zijn (in ontologisch, niet in morele zin). Denk aan de engelen uit Angels in America (2003), Dogma (1999) City of Angels (1998) en Himmel über Berlin (1987). De engelen zijn jaloers op sterfelijke mensen met hun vrije wil, hun vermogen lief te hebben en hun scheppende kracht. Volgens de klassieke christelijke theologie hebben engelen de ‘functie’ om scherper te lknnen zeggen wat het mens-zijn betekent. Een engel staat meer aan de kant van de (geschapen) mens, dan aan de kant van de (scheppende) God. Engelen en mensen staan én heel dicht bij elkaar én ze zijn mijlen ver van elkaar gescheiden.

Robots

De robots van de moderne cinema zijn ook jaloers op de sterfelijke mensheid. Denk aan Data uit de serie Star Trek: the Next Genereation (1987-1994), die niets liever wil dan menselijke emoties leren kennen; aan Sonny uit I Robot (2004, ook naar een kort verhaal van Asimov); aan HAL9000 uit A Space Odyssey (2001) en V.I.K.I. (wederom uit I Robot) die beiden de mensheid tegen hun eigen waanzin willen beschermen door iedereen uit te roeien; V’ger uit de eerste Star Trek-film (1979), die pas na de versmelting met een mens in staat was nieuwe grenzen te verkennen; en dan ook Andrew uit Bicentennial Man. Hij zoekt naar menselijke creativiteit, naar werkelijke vrijheid, maar vooral naar een eigen ‘ik’. Het is niet voor niets dat Andrew lange tijd over zichzelf spreekt als ‘men’, een onpersoonlijk, collectief voornaamwoord. Andrew heeft geen ik, geen eigen identiteit, maar moet die gaande weg opbouwen. Martin geeft hem een belangrijke steun in de rug door de meest fundamentele karaktertrek van de menselijke constitutie tegen en over Andrew te blijven herhalen: “Jij bent uniek”.

Asimov

God was de schepper van de oude engelen uit de christelijke traditie en de nieuwe engelen van de moderne cinema. Bij de robots zijn mensen de scheppers, geïnspireerd door hun eigen ‘godheid’, Isaac Asimov (1920 – 1992). Deze Russische (later Amerikaanse) biochemicus heeft honderden werken achtergelaten. Hij formuleert daarin de voor de cinema en science fiction in het algemeen zo invloedrijke ‘Drie Wetten der Robotica’: 1) een robot mag een mens geen letsel toebrengen of door niet te handelen toestaan dat een mens letsel oploopt; 2) een robot moet de bevelen uitvoeren die hem door mensen gegeven worden, behalve als die opdrachten in strijd zijn met de Eerste Wet; en 3) een robot moet zijn eigen bestaan beschermen, voor zover die bescherming niet in strijd is met de Eerste of Tweede Wet. Natuurlijk zijn deze wetten aan interpretatie onderhevig, hetgeen een dankbaar onderwerp is voor de betere (psychologische) science fiction-films.

Sterfelijkheid

Andrew probeert, als postmoderne engel, erkenning van zijn nieuwe identiteit af te dwingen. Hij vraagt het Wereldcongres om erkenning van zijn menselijkheid. Het Congres weigert, totdat Andrew zich zover weet te versleutelen dat hij sterfelijk wordt. Het Congres willigt zijn verzoek op zijn sterfbed in. Om volledig menselijk te worden, moet de robot de ultieme consequentie van het mens-zijn aanvaarden en doorleven: de dood. Net als Seth in City of Angels wordt in de dood pas de volle waarde van het (beperkte, menselijke) leven duidelijk. Engelen of robots, sterven moeten ze, om mens te worden. Wonend in het paradijs, waar de mens uit geschopt is (zie Genesis), kiezen de engelen ervoor om de mens te volgen de hemel uit naar de aarde beneden.

Bron: Dit artikel is eerder gepubliceerd op KFA-Filmbeschouwing.nl.

Advertenties