Het lied put zich nogal uit in algemeenheden die zo heerlijk zijn als je verliefd bent en alle clichés zelf meemaakt. Borsato zingt over ‘rode rozen’, ‘rol de (rode) loper uit’, ‘vuur van de passie’, ‘jij bent een wonder’, etc. Mooi, maar niet echt spannend. De bridge is echter van een heel ander niveau. Tussen alle clichés gebeurt er ineens van alles tegelijk: zijn geliefde kust het bloed van zijn vinger. Over bloed, verloren levenskracht en -adem.

Bij Borsato staat de kleur rood voor bloed(rood) en bloed voor bloedmooi, voor zijn liefde. Opvallend dat Borsato de metafoor bloed gebruikt om zijn brandende liefde te verwoorden, dat is niet een vanzelfsprekende combinatie. We kennen allemaal de uitdrukking ‘bloedlink’ en ‘bloedmooi’ zijn, ‘bloed kruipt waar het niet gaan kan’, ‘met bebloede kop staan’ en ‘bloedgeld’. In de geschiedenis van de mensheid is bloed met verschillende gevoelens en ideeën verbonden, positief én negatief.

Doordat bloed levensnoodzakelijk is, wordt het van oudsher geassocieerd met het leven zelf, met de ziel die het lichaam ‘beademt’. Bloedbanden worden van oudsher als hechter en dieper beschouwd als banden met aangetrouwde familie. Niets voor niets roept de mens (‘adaam’) bij de schepping van de vrouw uit: “Eindelijk een gelijk aan mij, mijn eigen gebeente, mijn eigen vlees.” (Gen. 2,23) Bij het concept van bloedbroederschap gaan twee niet door bloedbanden gerelateerde mensen (meestal mannen) een speciaal verbond aan dat hen feitelijk zo hecht met elkaar verenigt als waren ze twee broers. In islamitische culturen wordt de ‘consumatie’ van een huwelijk (met het bloed van het doorboorde maagdenvlies) wel gezien als een bloedverbond gezien.

Bloed maakt onrein

Bij de oude Israëlieten stond bloed meer onder negatieve aspecten bekent. Bloed stond voor onreinheid, zonde en vergelding. Bloed verontreinigt het lichaam, het voedsel en alles waar het verder mee in aanraking komt. “Maar vlees waarin nog leven is, waar nog bloed in zit, mag je niet eten” (Gen. 9,4) Het grootste bloedtaboe is dat van de menstruerende of barende vrouw. “Wanneer bij een vrouw bloed uit haar schede vloeit, duurt de periode van haar onreinheid zeven dagen. Ieder die haar gedurende die periode aanraakt is tot de avond onrein.” (Lev. 15,19) Een man die zich met een menstrueren de vrouw inlaat, wordt ook onrein. “Wanneer een man gemeenschap met haar heeft, zodat hij met haar bloed in aanraking komt, blijft hij zeven dagen onrein. Alles waarop hij ligt, wordt ook onrein.” (Lev. 15,24) Ook seks met een vrouw die net een kind gekregen heeft, maakt onrein. De onreinheidsperiode van de moeder is tweemaal zo lang na de bevalling van een dochter als van een zoon (40 vs. 80 dagen, Lev. 12)

Overigens komen mannen er ook niet helemaal ongeschonden vanaf. In Lev. 15,16-17 staat “Wanneer een man een zaadlozing heeft gehad, moet hij zijn kleren en zijn hele lichaam met water wassen en blijft hij tot de avond onrein. Alles van stof of leer waarop het zaad is terechtgekomen, moet met water worden gewassen en blijft tot de avond onrein.” Maar let op het verschil in lengte van de onreinheidsperiode: het bloed van een vrouw veroorzaakt zeven dagen onreinheid, het zaad van een man tot de avond (één dag).

Bloed werd door de Israëlieten ook gezien als middel van vergelding. “Wie bloed van mensen vergiet, diens bloed wordt door mensen vergoten.” (Gen. 9,16) De Italiaanse traditie van Vendetta (bloedwraak) heeft dus oude papieren. Ook wordt het vergieten van dierenbloed (offer) gezien als een goed middel om Gods toorn te bezweren of Gods genade af te smeken. Verschillende profeten uit het Oude Testament (o.a. Jesaja) en later ook Jezus van Nazareth in het Nieuwe Testament stellen de morele legitimiteit van deze bloedoffers ter discussie. Met instemming citeert Jezus Jesaja: “Overdenk eens goed wat dit wil zeggen: “Barmhartigheid wil ik, geen offers.” Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.” (Mt. 9,13)

Zegeningen

Bij de Germaanse stammen (o.a. de Angelsaksen en de Vikingen) werd bloed gebruikt bij offers, de ‘Blóts’. Het bloed zou de kracht van de eigenaar hebben en overdraagbaar zijn op datgene (of degene) waar het bloed dan mee in aanraking komt: mensen, huizen, godsbeelden, enz. Dit besprenkelen met bloed om kracht en glorie af te smeken werd in het Oud Engels ‘bleodsian’ genoemd, en leeft nog steeds door in het moderne Engelse ‘to bless’ en ‘blessing’ wat ‘zegenen’ betekent. Dit in tegenstelling tot het Latijnse woord voor ‘zegening’ (‘benedictio’) dat ‘goed (toe) zeggen’ betekent.

Eucharistie

In de christelijke tradities wordt tijdens de eucharistie of avondmaal het verlossend lijden en sterven van Jezus gevierd. In een hele bepaalde soort interpretatie (zeer sterk aanwezig in het Katholicisme) wordt tijdens de consecratie “het bloedig offer van Christus op onbloedige wijze herhaald”. In het verhaal van het Laatste Avondmaal snijdt Jezus zelf de metafoor van zijn eigen bloed aan als hij zegt: “Dit is mijn bloed.” (Lc. 22,20) Van het brood wordt gezegd dat het – tijdens de eredienst – in het lichaam van Jezus en de wijn in zijn bloed verandert. Het bloed van Christus’ offer bezegelt het nieuwe verbond tussen hemel en aarde dat hij op zijn kruis heeft afgedwongen. Ook in de christelijke traditie is de gedachte van het oude bloedoffer (inclusief de connotatie van genoegdoening) dus niet onbekend. De moderne theologie stelt echter vragen bij een vaderlijke God die zijn Zoon moedwillig naar de wereld zendt om daar door mensenhanden te sterven opdat God zelf in het bloed van zijn Zoon verzoend zou kunnen worden. Het lijkt dan een beetje op goddelijk sadisme.

Neusbloedingen en vampieren

In de Chinese en Japanse cultuur heeft bloed nog steeds een kleine erotische connotatie. Als iemands neus bloedt, zou hij seksueel opgewonden zijn. De westerse cultuur is sinds de Romantiek bekent met het (literaire) verschijnsel vampieren. Ooit als echt mens geleefd, hebben zij hun sterven weten uit te stellen door het drinken van bloed van andere mensen. Bloed is hier de drager van de levenskracht van de mens. In Stokers Dracula kan een mens ook maar een klein aantal beten van een vampier overleven: alle levenskracht stroomt weg. Opvallend is natuurlijk dat een zeer mythische idee over eeuwiglevende halfdode vampiers wordt gecombineerd met moderne, rationele uitvindingen als bloedtransfusies, e.d.

Doornroosje

Ook Marco Borsato put uit de lange traditie van bloed als levenskracht als hij zijn geliefde bezingt.

“Nu sta je hier zo voor me // De rode avondzon streelt jouw gezicht // Je bent een wonder voor me // Denk ik terwijl een doorn mijn vinger prikt // Rood is mijn bloed dat valt op de grond // En even lijk ik verloren // Maar jij brengt mijn vingers naar je mond // En je kust // en ik weet.”

Verschillende associaties komen samen: zon, doorn, vergoten bloed, verloren, mond, kus. Wat gebeurt hier? Heel veel tegelijk en vooral ook door elkaar heen. De doorn die je vinger prikt waardoor je verloren bent (of je verloren voelt) gaat terug op de eeuwenoude verbintenis tussen (levens)kracht en bloed. Het sprookje van Doorenroosje (The Sleeping Beauty) is een van de bekendste verbeeldingen daarvan: als zij zich prikt, sterft zij (of valt ze in een diepe slaap) en wordt zij pas weer tot leven gewekt (of uit haar slaap gehaald) door de liefde van haar leven. Deze geliefde heeft daar zijn eigen bloed voor moeten vergieten (of in ieder geval bereid zijn geweest dat te doen) in zijn strijd tegen de machten van de duisternis, die zijn geliefde hebben laten inslapen (in beide betekenissen van het woord).

Borsato’s geliefde kust het bloed van zijn vinger. Een andere associatie: bloed heeft te maken met levenskracht. De mond werd van oudsher gezien als de ingang van de ziel. Door de mond komt de levensadem naar binnen en naar buiten, door de mond kan je met andere mensen praten, met je mond kan je je geliefde intens zoenen. Bij Borsato komen bloed en mond bij elkaar: verloren levenskracht (liefde) die wordt gereanimeerd (letterlijk ‘opnieuw op te leven gewekt’, beademd, ‘ge-re-vitaliseerd’) door zijn geliefde. Borsato suggereert immers dat het met hun relatie niet meer denderend loopt: “De kleur van liefde van weleer // Lijkt door de haat gekozen”.

Borsato koppelt zo bloed aan het leven, en de kus van zijn geliefde aan het opnieuw tot leven wekken van hun wederzijdse liefde. Bloed is hier nog steeds een soort offer, alleen onbewust en uit vrije wil vergoten. Het bloed zelf verzoent de geliefden niet, maar vormt de aanleiding tot het opnieuw tot leven brengen van hun relatie.

Niet voor niets bidt de priester in de eucharistieviering “Beadem met uw Geest, o Heer, deze gaven zodat zij lichaam en bloed worden van onze verrezen heer Jezus Christus.”

Bron: Deze ‘popexegese’ is eerder gepubliceerd op het weblog Geert-Meike.nl van de Katholieke Theologische Universiteit (KTU) te Utrecht.