Tiny’s pieper gaat af. Mevrouw Kouwenaar, ziet ze op haar display. Op een draf verdwijnt ze richting kamer 15, waar ze het oude vrouwtje in erbarmelijke toestand aantreft. Mevrouw Kouwenaar is zwaar dement en volstrekt afhankelijk van hulp van derden. Ze heeft geen controle meer over haar spieren, noch over haar darmen. Nu krijgt ze wel incontinentiemateriaal, maar mevrouw Kouwenaar is altijd een dame van stand geweest. Toch probeert ze steeds om zichzelf te verschonen. Maar dat gaat jammer genoeg nog vaak mis. Zo ook nu. De ontlasting zit op haar huid, haar kleren en haar meubels. Mevrouw Kouwenaar zit angstig en vol schaamte op haar vuile stoel. Ze huilt zachtjes. Ze ziet er onmenselijk vies uit. Dan kijkt ze op en zegt met een nauwelijks hoorbare stem “Sorry hoor, ik wil je niet tot last zijn.”

Tiny slikt even en loopt dan naar het vrouwtje toe. “Geeft niet hoor, zal ik u schoonmaken?” Mevrouw Kouwenaar knikt zwijgend. Voorzichtig begint Tiny de kleren van het vrouwtje uit te trekken. Dan valt het haar op dat de oude dame iets in haar hand heeft geklemd. Mevrouw Kouwenaar ziet haar kijken en zegt, terwijl ze haar besmeurde hand opent: “Hij laat me nooit alleen, dus ik Hem ook niet.”

In haar handen ziet Tiny een rozenkrans. Ze houdt het kruisje zo stevig vast dat een van de uiteinden een wondje gemaakt heeft in haar hand, precies in het midden. Dan hoort Tiny het in de verte donderen. Het wordt slecht weer. Tiny knielt bij het oudje en kijkt van het kruisje en de bloedende wond op naar het geschonden gelaat. Ze strijkt zachtjes door de plakkerige haren en beiden kijken elkaar aan. Het vrouwtje kijkt op haar neer met een intens zachte blik. Teder strijkt Tiny over het gerimpelde gezicht. Ze wast de handen van de oude vrouw, ze wast het bloed uit de wond. Ze strijkt behoedzaam met een natte doek over het hoofd. Dan is het net of ze diep in zichzelf een stem hoort: “Wat je voor haar doet, doe je voor Mij. Het enige wat je hoeft te doen is Mij herkennen in ieder mens, bijzonder in wie lijdt. En ik ben dichtbij, dichterbij dan je je kunt voorstellen. Je hoeft je hand maar uit te strekken.”

“Mijn Heer en God”, stamelt Tiny en ze neemt het oudje vrouwtje mee naar de douche. Ze merkt niet dat haar witte kleren onder de bruine en rode vlekken zitten.

Bron: Inspiratie Magazine

Advertenties